Herken je dit?
Op je favoriete zij liggen kan niet meer. Je draait naar de andere kant. Even gaat het..... maar comfortabel is anders. Dan maar op je buik. Meteen voelt het alsof je arm uit de kom schiet. Met half dichtgeknepen ogen bouw je een fort van kussen om je heen, in de hoop je arm te ontlasten - tevergeefs. Urenlang staar je naar het plafond.
Wanneer de wekker gaat, voelt het alsof je al een halve dag achter de rug hebt. Je stapt uit bed, moe tot in je botten, alsof je onder een vrachtwagen hebt gelegen. In de badkamer kam je je haar, je armen voelen als lood. Dan maar snel een elastiekje erin. In de auto merk je dat niets meer vanzelfsprekend is. Achterom kijken? Het lukt alleen als je je hele bovenlichaam meedraait - je zucht.
Op je werk doe je alsof er niets aan de hand is, niemand mag zien dat je pijn hebt. Maar voor jou voelt de dag als topsport. Je pakt een ordner uit de kast – iets wat je vroeger met twee vingers deed – en nog vóór je hem optilt voel je het branden in je schouders. Je ademt diep in en gaat door. Zoals altijd. De dag raast voorbij, je rent van afspraak naar afspraak. Tussendoor eet je snel een boterham achter je bureau en denkt: “ik moet dit eerst af hebben."
Als je dan eindelijk ’s avonds op de bank neerploft. Voel je alles nog sterker. Je hoofd bonst, je nekspieren voelen als staalkabels om over je armen nog maar te zwijgen. Je neemt met tegenzin nog maar een pijnstiller in, want je wilt vannacht toch écht wel slapen. Van ellende zap je alle kanalen af op de t.v. Niets boeit je. Je wilt eigenlijk van alles doen, maar er komt niets uit je handen.
Wat ooit begon als een lichte schouderpijn, werd een slijmbeursontsteking die inmiddels is uitgegroeid tot een frozen shoulder. De woorden van de arts echoën nog na: “Reken op anderhalf tot twee jaar.” Fysiotherapie, oefeningen, injecties, dry needling, pijnstillers. Je hebt al van alles geprobeerd maar de pijn blijft. Langzaam knaagt het - aan je vertrouwen in je lichaam, je energie. In gedachten vraag je je steeds vaker af: ”Hoe lang moet ik dit nog volhouden? Komt dit ooit nog goed?”